HET NIEUWE RIJDEN

 

 

NIEUWE AUTO´S EEN NIEUWE RIJSTIJL

De afgelopen 10, 15 jaar is de vormgeving van personenauto's onder invloed van windtunnels, veiligheidseisen en modetrends opvallend veranderd. Maar ook onder de motorkap hebben, onzichtbaar voor veel automobilisten, grote veranderingen plaatsgevonden: brandstofinjectie, motormanagementsystemen, verbeterde smeermiddelen en brandstoffen en meer vermogen bij lagere toerentallen.

Al deze veranderingen vragen van de automobilisten een aangepaste rijstijl. Maar in de praktijk blijven de meeste automobilisten rijden op een manier zoals zij dat 20, 25 jaar geleden hebben geleerd. Deze rijstijl was bedoeld voor auto's met een andere motortechniek en is zodoende niet meer van deze tijd.

De rijstijl van “Het Nieuwe Rijden” maakt optimaal gebruik van de voordelen die de moderne motor te bieden heeft. Het Nieuwe Rijden is daarom een plezierige en comfortabele rijstijl. Bovendien is het veilig en bespaart het u brandstof.


 

BANDENSPANNING

Een juiste bandenspanning levert duidelijke voordelen op:

· Brandstofbesparing
· Goede wegligging
· Verhoging rijcomfort
· Voorkoming van slijtage

Als vuistregel voor de juiste bandenspanning moet je minimaal uitgaan van de juiste bandenspanning die het serviceboekje van de auto vermeldt. Als de auto vol beladen is of als er met hoge snelheden wordt gereden, dient de bandenspanning verhoogd te worden. Het serviceboekje geeft voor die zwaardere gebruiksomstandigheden hogere adviesspanningen aan. Vaak is de meest wenselijke bandenspanning ook terug te vinden in het tankklepje van de auto of de deurstijl van het portier.

Als de bandenspanning 0,5 bar onder het hiervoor beschreven optimale niveau zit, zal het brandstofverbruik 2 tot 3% hoger zijn. Als alle automobilisten in Nederland de juiste bandenspanning zouden aanhouden, kan er in totaal minimaal 250 miljoen liter brandstof worden bespaard. Verder geldt dat wielen die niet goed zijn uitgebalanceerd en/of zijn uitgelijnd de rolweerstand verhogen. Ook onbalans en verkeerde uitlijning hebben dus een negatieve invloed op het brandstofverbruik.

Wanneer de bandenspanning controleren?
· ongeveer één keer per maand
· bij koude banden (d.w.z. niet direct nadat u gereden heeft)


 

REMMEN

Door tijdens het autorijden voortdurend te anticiperen op de situatie voorkomt men dat men abrupt moet afremmen. Hard en bruusk remmen moet worden voorkomen, omdat men daarmee enorm veel energie en dus brandstof verspilt.

In het algemeen betekent minder remmen dus minder brandstof verbruiken. Daarom is het handig gebruik te maken van het rollend vermogen van de auto. Door bijvoorbeeld bij het op afstand naderen van een rood verkeerslicht tijdig de voet van het gaspedaal te halen en de auto in de versnelling te laten uitrollen. In dat geval zorgt het motormanagement van de moderne automotor ervoor dat er, totdat het stationaire toerental wordt bereikt, geen brandstof wordt verbruikt.

Het gebruik van het zelfrollend vermogen moet vanaf het begin worden ingebouwd in de remprocedure. In de gevallen waar dat mogelijk is ziet de remprocedure er in trefwoorden dus als volgt uit:

· gas los
· uitrollen
· rechtervoet op rempedaal
· gedoseerd remmen

Remmen dient dus zonder terugschakelen te gebeuren en er mag pas op het laatste moment (als het echt moet) worden ontkoppeld. Het uitrollen gebeurt dus niet “in z´n vrij” met ontkoppelde motor. Doe je dat wel, dan gaat de motor direct stationair draaien en verbruik je toch een beetje brandstof. Uiteraard hebben we het hier over een normale, veilige remsituatie. Bij een noodstop geldt uiteraard: onmiddellijk remmen!

Als tijdens het uitrollen wordt geconstateerd dat doorgereden kan worden, bijvoorbeeld als een rood verkeerslicht tijdens het uitrollen weer op groen springt, moet je naar die versnelling schakelen die het best bij de dan gereden snelheid past.

Remmen zonder terugschakelen is goed voor het milieu, maar is ook bevorderlijk voor de veiligheid. De handen blijven aan het stuur en de aandacht kan volledig op het verkeer worden gericht. Daarnaast blijf je (doordat er contact is tussen motor en aangedreven wielen) grip houden op de auto in tegenstelling tot wanneer er “in z´n vrij” is geschakeld.


 
Rijsnelheid
reactieafstand
remafstand
stopafstand
30 km/uur
8,3 Meter
4,5 Meter
12,7 Meter
50 km/uur
13,9 Meter
12,5 Meter
26,4 Meter
60 km/uur
16,7 Meter
18,0 Meter
34,7 Meter
80 km/uur
22,2 Meter
32,0 Meter
52,2 Meter
100 km/uur
27,8 Meter
50,0 Meter
77,8 Meter
120 km/uur
33,3 Meter
72,0 Meter
105,3 Meter

 

SCHAKELEN

Volgens Het Nieuwe Rijden kan er het beste bij relatief lage toerentallen overgeschakeld worden. In het algemeen geldt dat het gunstigste verbruik gerealiseerd wordt net voordat het maximum koppel wordt bereikt. Het instructieboekje van de auto vermeldt bij welk toerental dat is. Als vuistregel geldt dat dit bij benzinemotoren tussen de 2.000 en 2.500 toeren het geval is en bij dieselmotoren tussen de 1.500 en 2.000 toeren.

OP TECHNISCHE WIJZE WEGRIJDEN  

Bij het wegrijden dient de eerste versnelling slechts zeer kort te worden gebruikt om de auto in beweging te brengen. Vervolgens dient bij het schakelen op doortastende wijze gas te worden gegeven:

Schakel 1
Doortastend gas
Schakel 2
Doortastend gas enz.